Visleer: van Egyptenaren tot IJslanders

 Zoals je leer kunt maken van de huid van koeien, herten, krokodillen of slangen, zo kun je ook leer maken van de huid van vissen. De Egyptenaren deden het duizenden jaren geleden al. In het verre oosten van Siberië, langs de rivier Amoer, wonen de Nanai. Dit volk stond vroeger bekend als de Yupi Tartars (vishuid-tartaren). Met name de noordelijke indianen gebruikten visleer als kleding en als schoeisel om op te lopen: van de Joepik in Alaska, de Inuit in Canada en Groenland, de Samen in Lapland tot de Aino op de noordelijke eilanden van Japan en Rusland. Ook de IJslanders, nakomelingen van de Vikingen, vermengd met Schotse en Ierse immigranten, gebruikten de huiden van de zeewolf om schoenen van te maken.

Foto: Joepik in Alaska maakten laarzen van visleer.  W. D. Johns, 1900, Burke Museum of Natural History and Culture, Seattle 

 

 Visleer in de mode

 In gematigder streken werd segrijn - gemaakt van de huid van roggen en haaien - al in de zestiende eeuw gebruikt voor de bekleding van wapens en lemmeten van messen. In de achttiende eeuw werd visleer gebruikt als luxe bekledingsmateriaal voor parfumflessen, poederdoosjes en etuis, en met name tijdens de Art Deco-periode (1920-1939) werd het populair voor handtassen, sigarettendoosjes en meubels. In het Frans heet deze manier van decoratief toepassen van visleer ook wel galuchat, genoemd naar de bedenker Jean-Claude Galluchat.

Ook eigentijdse mode- en schoenenontwerpers maken gebruik van visleer. Er zijn chique pumps van Gucci met zalmleer en gevlekte zeewolf. Nike maakte sportschoenen met karper en er komen zalmleer sneakers uit Denemarken.

Objecten en meubels bekleed met visleer, ontwerper Bjorn Bjornsson